Euphonia Hurdegaryp fanfarekorps

 

                      mei dank oan +Alle en +Janna Dijk hurdegaryp   

'Euphonia' uit Hurdegaryp toog in 1950 naar het concours

Tot in de vijftiger jaren had Hurdegaryp een fanfarekorps. Een groot muziekgezelschap is het nooit geweest met zijn hooguit 30 blazers en veel concoursen heeft men niet bezocht. Wel gaf het trouw acte de présence bij jubiles of dorpsfestiviteiten. “Marsjearje wie ûs sterkste punt net,” zo vertelt Henk Engbrenghoff uit Burgum, eigenaar van de afgebeelde foto. Doordat de muzikanten in lengte nogal uiteenliepen, waren de passen eveneens verschillend van afmeting. Daarom was ‘Euphonia’ op z’n best als het op een platte boerenwagen musicerend door het dorp trok.

HET CONCOURS
In 1950 besloot men z’n geluk eens te beproeven. De heren muzikanten namen, om meer plezier aan het uitje te beleven, hun dames mee, zodat in augustus een volle bus koers zette naar ‘MoIkwar yn ‘e Sûdwesthoeke’. “Wy hawwe ûs earst ek noch ferriden.” Molkwerum had toen nog niet de huidige toegangswegen. Het was warm die dag en men mocht in een kerk aldaar even inspelen. “De preekstoel lei bûtendoar yn it gers, oars koene wy der net yn.” Vermoedelijk is het een niet meer gebruikte kerkzaal geweest, want het lijkt niet aannemelijk, dat van monumentale Godshuizen het interieur gedeeItelijk gesloopt werd om een blaaskapel de gelegenheid te bieden even te oefenen. “1k wit it stik net mear, mar der siet wol in lange roffel yn,” merkt Engbrenghoff, destijds trommelslager, op. “En wy hellen in twadde priis.”

DE KORPSLEDEN
De muzikanten zijn, te beginnen bij de vier op de bovenste rij van links naar rechts: bakker Tsjerk Kuipers, man en vader van het eerste rooms katholieke gezin in Hurdegaryp, S. Hannema, kapper Wilem Hiemstra en Lieuwe Holwerda.
Op de tweede rij houdt Jan Blauw het vaandel, verder schoenmaker Tolsma, Frans Boonstra, die ook voor dit fotoverhaal informatie heeft geleverd, de later met zijn gezin naar Amenika geëmigreerde slager Tj. Soldaat, H. Hiemstra, smid Harm Nicolay, Pieter R. de Vries, die klerk was bij notaris Gorter, zijn vader Rinze de Vries en Alle Jager.
Op de voorste rij staan afgebeeld Rommert Slot, Henk Engbrenghoff, Izak Kuperus, nu woonachtig in Raalte, Jappie Soldaat, Foeke Venema, Germ Wiersma, Albert Spoelstra, dirigent Osinga, Alle van den Meulen en Klaas de Vries. De vader van Rommert, Kees Slot, was melkboer in Hurdegaryp, maar net verhuisd naar Reduzum, waar hij baas werd in ‘De grote drie Romers’. Romment mocht nog mee naar Molkwar en op de terugweg zette men hem thuis af. Vader Slot onthaalde de muzikanten op een traktatie, waarvan men warm en blij werd van binnen. En aangezien bij vreugde muziek hoort, klonken in de straten van Reduzum orn kwart over twaalf ‘S nachts nog enkele marsen. Vele deuren gingen open en in nachtgewaad uitgedoste bewoners vroegen zich ver­schikt en nieuwsgierig af, waaraan men deze nachtelijke serenade te danken had.

HET NOTARISJUBILEUM
Dirigent Osinga, eigenlijk een pianist en een voortreffelijk musicus, Iegde kort nadien de dirigeerstok neer. Bassist Holwerda volgde hem op. Hij zette zich enorm in voor het korps, terwijl hij salarieel weinig eisen stelde. De wekelijkse repetities waren in de consistorie naast de pastorie, waar nu Bosgra zijn voertuigen ten toon stelt. Velen in het dorp droegen ‘Euphonia’ een warm hart toe. Toen riotaris J. Gorter zijn 25-jarig ambtsjubileum vierde, kwamen met alleen de dorpsnotabelen op de avondvullende receptie, maar ook het korps was uitgenodigd om te musiceren. Halverwege de avond maakte dirigent Holwerda een door de notaris geschonken enveloppe met inhoud open, waarin het voor die tijd vorstelijke bedrag van f 125.- zat ‘foar in nije trompet”. Ook waren de tractaties overvloedig en de glaasjes zelden leeg. Verschillende gasten lieten zich dan ook niet onbetuigd. “1k haw oan it ien fan ‘e jun wol tsien kear ôffûstke mei Jager en De Vries,” aldus Engbrenghoff. Ook de toenmalige plaatselijke predikant ds. De Boer had zich die avond de aardse geneugten allerminst ontzegd. Het verhaal gaat, dat hij, toen hij het feest verliet, wel langs en niet tegen een hekpaal fietste, maar voor hem helaas wel aan de verkeerde kant, zodat hij met hulp van de feestgangers onder de nodige hilariteit uit de gracht getrokken moest worden. Kletsnat en groen van het eendekroos keerde hij huiswaarts. Lijkt dit verhaal tot nu toe meer de historie van een groep kermisgangers, die zich van het ene naar het andere drinkgelag spoedden, dan is dat ten onrechte. De repetitieavonden waren leerzaam en er werd steeds ijverig gemusiceerd.

HET EINDE
Halverwege de vijftiger jaren is, zoals in de aanhef reeds is geschreven, de klad er wat in gekomen. Door emigratie, verhuizing en te weinig adspirantleden raakte het korps in de versukkeling. De oude tweespalt in het dorp ‘openbaren en christelijken’ of ‘grouwen en finen’ heeft ook daartoe bijgedragen. “Wy spylje oan it begjin en oan it ien in koraal, foar de ien in gebed en fear de oar allinnich foar de stemming’ placht dirigent Holwerda vaak te zeggen. Maar het verzoek te komen spelen bij het feest van de openbare school riep bij enkelen weerstand op, omdat juist in die tijd de strijd voor het oprichten van een christelijke school het hevigst was. (Hurdegaryp een teken!) Voor weer anderen was het onverteerbaar een eventueel te houden feest van de chr. school met muziek op te luisteren. Niet lang daarna zijn dan ook de laatste tonen van ‘Euphonia’, de naam betekent welluidendheid, verklonken...        

J. Bergesma.

bron:weekblad actief woensdag 23 mei 1990

By Joomla 1.6 Templates and Simple WP Themes