Sieb 'Guzzi' Postma

 

Vele eersten zullen de laatsten zijn. Over de carrière van Sieb 'Guzzi' Postma

met bijzonder dank aan Otto Kuipers


Hieronder de garage van Sieb Postma, natuurlijk unieke opnames.


 
Het was een moeilijke keuze geweest voor de dertienjarige Sieb (Sijbren) Postma toen hij het ouderlijke huis verliet. Hij kon kiezen tussen het boerenbedrijf van zijn broer en de werkplaats van zijn zwager, die motorhersteller was. Hij was vaak bij zijn broer geweest en had altijd weer genoten van het leven op en om de boerderij. Toch koos hij voor de techniek, het geluid en de snelheid van de motorfiets en zo verhuisde hij in 1928 naar Midlum, een dorp onder de rook van Harlingen, én vlakbij Herbaijum, het dorp waar hij op 5 maart 1915 het levenslicht had 
aanschouwd.

Die zwager was ene Jan Visser, die met Sieb's zuster Geertje was getrouwd. Bij Visser werd hij langzaam ingevoerd in de geheimen van de motortechniek. Visser was een bekwaam technicus. Zijn garage lag aan de voor Friese begrippen drukke weg tussen Leeuwarden en Harlingen. Er werd vooral geld verdiend met het onderhoud en de reparatie van allerhande motoren. Van transportbedrijven had hij vrachtauto's in onderhoud en bij boeren werden trekkers, waterpompen en andere motoren nagekeken.
Visser was ook een sportman in hart en nieren. Hij zwom en zeilde en behaalde vijf (!) Elfstedenkruisjes. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zich op de motor sportief wilde meten met anderen. Zijn eerste wedstrijd in Gorredijk smaakte naar meer en tot zijn fatale ongeluk in 1948 zou hij aan wedstrijden deelnemen.
De jonge Postma werd snel aangestoken door de sportman en techneut die zijn zwager was. In augustus 1931 nam hij deel aan een wielerwedstrijd op het gemeentelijk sportterrein van Harlingen. En prompt won hij de eerste prijs.
In dezelfde tijd was hij ook reeds aan het motorrijden. Ruim een maand na die glorieuze overwinning haalde Sieb het rijbewijs C, waarmee hij gerechtigd was "voor het besturen van motorrijtuigen op twee wielen, waarmede geen grootere snelheid kan worden bereikt dan 30 km per uur". De Douglas die hij op de kop tikte reed nogal wat sneller, zodat controle door de marechaussee niet uit kon blijven. Toen deze dan ook werd uitgevoerd bleek de motor echter niet sneller dan 20 km. per uur te kunnen rijden. "Hy wie dan net foarút te brânen" (letterlijk vertaald: hij was dan niet vooruit te branden), aldus Postma. De na-ontsteking had hem een bekeuring bespaard. Nadat de politie uit het zicht was werd de motor weer gauw in zijn normale stand gezet, met voorontsteking dus. 

Visser had inmiddels contact gekregen met de uit Oostenrijk afkomstige Franz Josef Binder. Franz was als twaalfjarige na de Eerste Wereldoorlog enkele maanden in Harlingen geweest om aan te sterken. Dat had blijkbaar zo'n indruk op hem gemaakt dat hij in 1928 terugkeerde naar de Friese havenplaats. Hij was een fervent motorrijder en ook één van de deelnemers aan de reeds genoemde wedstrijd in Gorredijk in 1929. Drie jaar later schreef hij zich in voor de TT in de 350 cc-klasse. Zijn Rudge werd geprepareerd door Jan Visser, die zich zelf het volgende jaar ook prompt aanmeldde. Postma moest nog even wachten. Hij was er wel vaak bij als de beide coureurs de wegen rondom Harlingen en Midlum onveilig maakten.
Voor zover bekend reed Sieb zijn eerste wedstrijd in augustus 1934 op een weiland in Midlum. De Friesche Motorclub had samen met de plaatselijke feestcommissie races op touw gezet, waar uiteindelijk veertien rijders op afkwamen, waaronder uiteraard ook Visser. En Gerrit Roosjen, een andere Friese coryfee uit die dagen, was eveneens van de partij. De races werden met 600 toeschouwers, mooi weer en zonder ongelukken een groot succes. Hoe Postma het er bij zijn première vanaf heeft gebracht is overigens niet bekend.

Bijna een jaar later is ook Postma van de partij in Assen. Hij had zich voor de 350 cc-race ingeschreven met een Lady. Niet zomaar een Lady, maar dé Lady, waarop Visser in de twee voorafgaande jaren zulke opmerkelijke resultaten had bereikt. Met name de zesde plaats in 1933 werd hoog aangeslagen.Visser had voor de TT van 1935 de beschikking gekregen over een snelle 250 cc Grindlay-Peerless. 
Zodoende mocht Postma met de Lady rijden. En ook nu niet zonder succes. In een tijd van drie uur, vier minuten en 40 seconden beëindigde hij de race als twaalfde, ruim 26 minuten achter winnaar Rusk. "Ik wie út 'e liken nei ôfrin" (Ik was bekaf na afloop), aldus Postma, ruim zestig jaar later. Het gebrek aan vering had de race zeer zwaar gemaakt. Omdat de houding ongemakkelijk was geweest had hij zo nu en dan de voeten even van de steunen gehaald. 
Begin 1936 kreeg hij de mogelijkheid om ergens anders aan de slag te gaan. Hij trok naar Oosternijkerk ten noordoosten van Dokkum om er bij garagebedrijf Weidenaar als monteur en chauffeur aan de slag te gaan. Voor de TT van dat jaar kreeg hij een Norton te leen van Willem Flikkema uit Groningen. Hij nam deel aan de 500 cc-race en moest het dus opnemen tegen Guthrie, Milhoux, "Ginger" Wood en andere grootheden uit die tijd. Een succes werd het niet. In Bartelds Bocht ging Sieb onderuit. Hij krabbelde nog wel weer overeind en reed verder tot …... de motor het begaf.
Op Koninginnedag (31 augustus) van dat jaar zou hij in Leeuwarden deelnemen aan een behendigheidswedstrijd op motoren. Bij het maken van een proefrit op de Wilhelminabaan ging het echter mis. Hij kwam zo ongelukkig ten val dat hij zijn pols brak. Toen hij nog geen twee weken later in het huwelijk trad met Trijntje Tigchelaar had hij zijn hand nog in het gips. Het huwelijk werd gesloten onder huwelijkse voorwaarden: Sieb zou niet weer meedoen aan motorraces. 
Daar heeft hij zich bijna tien jaar aan kunnen houden.Ze hadden inmiddels een garagebedrijf in Hardegarijp overgenomen. Daar werden eerst vooral motoren verkocht en gerepareerd. Na de oorlog breidde hij de handel uit met auto's en werd subdealer voor Lancia, Alfa Romeo en Simca.

In 1945 verbrak hij de belofte die hij bij zijn huwelijk had gedaan. Hij kwam dat jaar o.a. in actie op de grasbaan van Hilversum. Hij moest tot 1946 wachten eer hij weer op het asfalt kon racen. Hij had inmiddels de beschikking over een 250 cc Moto Guzzi Albatros, die hij voor duizend gulden van Henk Steman had gekocht. Met Visser en Jan van der Lei, een andere Friese rijder, nam hij aan vele Belgische races deel, in Brussel, Knokke, Chimay enz. In de Grand Prix du Zoute behaalde hij de tweede plaats. In eigen land behaalde hij in Zandvoort en Tubbergen ook tweemaal het zilver.
De jaren '47 en '48 werden twee kwakkeljaren. Alleen op het vliegveld bij Leeuwarden in de hete zomer van 1947 kwam hij twee keer op het podium; in de 250 cc op de Guzzi en in de 350 cc-race op een van een kennis geleende Velocette. Deze laatste race had hij bijna winnend afgesloten. De wedstrijden werden namelijk niet verreden over een van tevoren vastgesteld aantal ronden. Er werd afgevlagd nadat de rijder die op kop reed een half uur had gereden. Volgens de verslaggever van de in Heerenveen uitgegeven Hepkema zorgde dat voor veel onduidelijkheid bij de rijders die niet wisten wanneer de laatste ronde in zou gaan. Vooral Sieb Postma zou hier slachtoffer van zijn worden. In de 350 cc-race "streed (Postma) een meer dan verwoede strijd met de Rotterdammer G. Poel en om beurten passeerde men het eerst de startlijn. Toen de vlag viel als teken dat de wedstrijd beëindigd was, lag Postma een paar meter achter, maar we maken ons sterk, wanneer hij vooraf had geweten dat de laatste ronde was ingegaan, hij zeker alles op alles zou hebben gezet", aldus de verslaggever.
Maar behalve in Leeuwarden was het verder kommer en kwel. Er was altijd wel iets met de Guzzi aan de hand. Voor het seizoen 1949 werden dan ook rigoureuze maatregelen getroffen. Uit de Citroën werden de rechter voor- en achterstoelen gehaald. Op die plaats kon de motor staan. En met zijn vrouw op de stoel achter hem reed Sieb naar Mandello del Lario aan het Lago di Lecco voor een bezoek aan de Guzzi-fabriek. De motor werd in de fabriek grondig nagekeken en keerde met extra pk's als herboren terug in Friesland. Ook voor onderdelen zijn ze later nog verschillende keren naar Italië geweest.

Het seizoen 1949 kende vier races voor het kampioenschap en alle vielen ten prooi aan de combinatie Postma-Guzzi. Sieb was een slechte starter, een zeer slechte zelfs. In de eerste kampioensrace van dat jaar was hij als laatste weg, maar na een fenomenale inhaalrace kwam hij als eerste over de finish. In Etten stond hij nog aan de motor te sleutelen toen iedereen al uit het zicht was verdwenen, maar ook daar werd hij als eerste afgevlagd. Bij de laatste races in Tubbergen en Zandvoort herhaalde zich dit weer.
Na de twee magere jaren 1950 en 1951 was hij in 1952 opnieuw de beste. Tijdens de internationale races in Tubbergen van dat jaar pakte hij de titel door als beste Nederlander op de vijfde plaats te eindigen na een fel gevecht met de Italiaan Baviera. Samen met matchwinnaar Bruno Böhrer reed Postma een ereronde, waarbij zij door een grote menigte werden toegejuicht. Tubbergen behoorde voor Postma tot zijn favoriete wedstrijden. Assen heeft nooit veel indruk op hem gemaakt. De verschillen tussen de fabrieksrijders en de privé-rijders waren daar te groot. 
Toch behaalde hij tijdens de TT van 1952 een zesde plaats (beste Nederlander) en daarmee zijn enige wk-punt, waarmee hij in het wereldkampioenschap dat jaar als 22ste eindigde.Postma nam ook in het buitenland aan verschillende races deel, in België, Duitsland en Italië. 
In 1954 reed hij op uitnodiging naar Baden in Oostenrijk. Op weg naar het zuidelijk van Wenen gelegen circuit was hij door een keelontsteking lang niet fit. Als gevolg daarvan trainde hij niet veel en de verwondering was daarom des te groter toen hij op de eerste startrij bleek te staan. Na de start raakte Sieb in de eerste bocht een putdeksel en ging onderuit. Het ergste was dat hij van achteren werd aangereden. De borstkas sloeg op het olietankje boven op de tank. Zo belandde Sieb met een pijnlijke ribbenkast in het ziekenhuis. Hij kon het al gauw weer lopende verlaten. Maar het was nu genoeg geweest. "Wy hâlde no mar ris op mei dy grappen", zou vrouw Postma toen hebben gezegd. Het risico werd te groot. Er moest ook aan de toekomst worden gedacht. De garage in Hardegarijp was net verbouwd.
Met nog één race te gaan was Postma al zeker van de titel en door de laatste wedstrijd in Tubbergen te rijden zette hij die zelfs op het spel. Dat zat zo. Postma werd in de titelstrijd gevolgd door Henk Steman, die bij winst gelijk in punten zou eindigen. In dat geval zou de laatst verreden wedstrijd waarin beiden aan de start waren gekomen beslissend zijn. Dat was in Assen geweest en daar was Steman uitgevallen. Het kenmerkt de sportiviteit van Postma dat hij toch in Tubbergen aan de start verscheen. Het werd voor Postma, die beslist geen regenrijder was, extra moeilijk toen de baan door een hoosbui nat was geworden. "De lange Fries" bleef echter koel en veroverde de tweede plaats achter de Duitser Brand, maar voor Steman. Hiermee was de derde titel een feit voor de toen 39-jarige Postma met een Guzzi die inmiddels vijftien jaar oud was. Een mooier afscheid van de motorsport was niet denkbaar.
Toch kon Sieb niet geheel zonder snelheid. Net als John Surtees en Mike Hailwood later zouden doen, nam Postma nog deel aan verschillende autoraces, vooral rally's, waaronder een paar keer de Tulpenrally. Hij keerde nog regelmatig terug naar Assen om als bezoeker de TT-races te volgen. En snel rijden bleef zijn devies.
Verder richtte hij zich op zijn garagebedrijf dat hij tot 1975 zou leiden. Inmiddels bewoont hij met zijn echtgenote al weer vijftien jaar een appartement in Leeuwarden. 
Nog eenmaal heeft hij zijn Guzzi teruggezien. Tijdens de Centennial TT was Postma één van de deelnemers. Echter, bij het rijden naar de baan had hij even een black-out, en raakte zo met zijn motorfiets de afrastering. Een pijnlijke hand was het gevolg en daarmee was deelname verder uitgesloten.

Deze tekst is eerder verschenen in het tijdschrift ‘Het MotorRijwiel’, nr. 68 (maart/april 2004), pp. 32-34.

Eventuele aanvullende opmerkingen en herinneringen zijn van harte welkom bij de schrijver (Otto Kuipers, Leeuwarden, tel. 058-2887207, email Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ).

7 sept. 2007
Sieb Postma is op 92 jarige leeftijd te Hurdegaryp overleden.

Onderstaand foto's van de auto welke in 1956 aangeschaft is door Sieb Postma. Bijzonder dank aan J.A. Arnst welke op dit moment in zijn bezit is. de 2de foto staat de toekomstige eigenaar op Jordy, kleinzoon van de eigenaar.

werkplaats Sieb Postma

Wij zijn de heer J.A. Arnst bijzonder dankbaar voor het ter beschikking stellen van de gegevens zodat een stukje historie kan worden vastgelegd.

By Joomla 1.6 Templates and Simple WP Themes